Eerder verscheen in deze nieuwsbrief een toelichting op de jongste loot aan de stam van Parlement & Wetenschap: de EU-wetenschapstoets. Doel van deze variant op de ‘gewone’ wetenschapstoets is in kaart te brengen wat de potentiële impact van EU-wetsvoorstellen op lidstaat Nederland is. Het instrument bevindt zich in de pilotfase. De tweede toets is recent afgerond en zorgde voor behoorlijk wat vuurwerk.
Food and feed safety simplification Omnibus
Op verzoek van de vaste Tweede Kamercommissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur bogen drie wetenschappers zich over het door de Europese Commissie voorgestelde vereenvoudigingspakket voedsel- en diervoederveiligheid, waarbij zij desgevraagd inzoomden op het onderwerp ‘gewasbeschermingsmiddelen’. Doel van dit en andere Europese vereenvoudigingspakketten, ‘omnibussen’ gedoopt, is het “vereenvoudigen, stroomlijnen en verlichten van complexe Europese wetgeving en administratieve lasten voor bedrijven, overheden en burgers, zonder de beleidsdoelstellingen (zoals het klimaat of gegevensbescherming) uit het oog te verliezen.” (bron). Dat klinkt als een nobel streven, maar dat die beleidsdoelen wel degelijk het kind van de rekening kunnen worden, bleek overduidelijk uit de EU-wetenschapstoets.
Bevindingen wetenschappers
Martina Vijver (Universiteit Leiden), Nico van den Brink en Edwin Alblas (beiden van Wageningen University & Research) concludeerden onder meer:
“De voorstellen zoals gepresenteerd zullen niet leiden tot het behalen van de gestelde doelen. We zien niet dat de regelgeving zal versimpelen en ook niet dat de plannen zullen leiden tot vermindering van administratieve lasten. De plannen zullen niet leiden tot een gelijk speelveld en zullen niet leiden tot versnelde innovaties en toelatingen. Ten slotte is het onze inschatting dat de plannen niet zullen leiden tot een betere bescherming van mens en milieu tegen negatieve effecten van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. […]”
Op 22 april lichtten de auteurs hun bevindingen toe aan de Tweede Kamercommissie. Het mag niet verbazen dat hun boodschap er bij de Kamerleden stevig inhakte. Tijdens het debat over het EU-voorstel, op 12 mei, is goed gebruikgemaakt van de wetenschapstoets en werden tal van moties ingediend die op de toets terug te voeren zijn – veel van die moties zijn op 19 mei bovendien aangenomen. Het kabinet werd om een reactie op de toets gevraagd, evenals het College voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
Het vervolg
De kabinetsreactie was helaas behoorlijk defensief en dat gold ook voor de reactie van het Ctgb. Weliswaar is ook die instantie van mening dat de gestelde doelen met het voorliggende voorstel niet zullen worden behaald, maar inhoudelijk sloeg het Ctgb de plank op een drietal punten behoorlijk mis. Extra kwalijk nu diezelfde misinterpretatie door de staatssecretaris werd overgenomen. Het Ctgb bestond het bovendien de wetenschappelijke waarde van de toets in twijfel te trekken. Alle reden, kortom, voor een scherp weerwoord van de auteurs.
Dat de EU-wetenschapstoets impact heeft, is duidelijk. Niet alleen in eigen land: de toets trok de aandacht van zowel journalisten als Europarlementariërs. Om die laatste doelgroep, die binnenkort aan zet is, te bedienen, is het document in het Engels vertaald. We mogen hopen dat ook de Europese volksvertegenwoordigers hun voordeel zullen doen met de heldere conclusies en aanbevelingen van de wetenschappers.
De wetenschapstoets vindt u hier. De technische briefing kunt u hier terugkijken.
(verschenen in de mei-editie van Headlines, de nieuwsbrief van Universiteiten van Nederland)