
Photo by Patrick Hendry on Unsplash
Ongeveer een jaar geleden werd in deze rubriek de EU-wetenschapstoets als nieuw instrument in de gereedschapskist van Parlement en Wetenschap geïntroduceerd; in mei van dit jaar is ingezoomd op de tweede editie van deze toets – over gewasbeschermingsmiddelen – die nogal wat impact had en heeft. Inmiddels is toets #3 afgerond. Onderwerp was ditmaal de door de Europese Commissie voorgenomen wijziging van het emissiehandelssysteem, het EU Emission Trading System (EU ETS). Het EU ETS verplicht bedrijven om voor hun emissies emissierechten in te leveren bij de overheid. Die rechten moeten ze kopen of krijgen ze van de overheid.
Wat de Europese Commissie betreft blijft het ETS de belangrijkste pijler van het Europese klimaatbeleid. Het voorstel bevat wijzigingen in de werking van het emissiehandelssysteem die drie – nogal uiteenlopende – doelen moeten dienen: naast emissiereductie ook het bevorderen van het concurrentievermogen en van de autonomie van de EU. Het klimaatdoel – in 2040 moet de netto CO2-uitstoot in Europa 90% lager zijn dan in 1990 – verandert niet.
Het commissievoorstel is langs de wetenschappelijke lat gelegd door drie auteurs: hoogleraar Machiel Mulder van de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoekers Sebastiaan Hers en Johannes Bollen, beiden verbonden aan TNO.
De auteurs van de wetenschapstoets toonden zich overwegend positief over het voorstel. Het klimaatdoel kan met de voorgestelde aanpassingen onverminderd worden bereikt, terwijl voor deelnemende partijen geldt dat ze meer tijd krijgen en dat hun meer flexibiliteit wordt geboden. Zo bevordert het voorstel het verdienvermogen van (ook) ons land en helpt het te voorkomen dat bedrijven hun activiteiten verplaatsen naar landen buiten de Europese Unie met minder strenge regels (de zogenaamde koolstoflekkage). Het beleid wordt bovendien effectiever door het toevoegen van sectoren aan het emissiehandelssysteem (zoals afvalverbranding, de luchtvaart- en de maritieme sector). Het beleid wordt ook efficiënter doordat dure maatregelen worden vervangen door minder dure.
De aanbevelingen van de auteurs:
- Maak expliciet hoe de sectoren buiten het emissiehandelssysteem gaan bijdragen aan het klimaatdoel van netto 90% reductie in 2040.
- Heroverweeg de voorgestelde aanscherping van de voorwaarden voor vrije allocatie (mondiaal opererende bedrijven ontvangen gratis een bepaalde hoeveelheid CO2-uitstootrechten van de overheid). De aanscherping levert niets op voor het klimaat en is slecht voor de concurrentiepositie van de industrie
- Zorg voor monitoring van de eventuele verplaatsingseffecten van de nieuwe regels op de betrokken bedrijven, bijvoorbeeld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
- Maak transparant hoe de opbrengsten van veilingen van emissierechten worden ingezet voor verduurzaming
- Harmoniseer het beleid met dat in omliggende landen, onder meer door met veilingopbrengsten de IKC-regeling op te waarderen (IKC: de Subsidie Indirecte Kostencompensatie ETS; een financiële regeling die industriële bedrijven compenseert voor hogere elektriciteitskosten).
- Zorg voor gebiedsgerichte coördinatie bij infrastructuurprojecten op het gebied van carbon capture and storage (CCS) en elektriciteit (vergunningen, financiering).
De onderzoekers presenteerden hun bevindingen op 6 oktober aan de leden van de vaste Tweede Kamercommissie voor Klimaat en Groene Groei. In het debat met de minister, daags daarna, bleek dat Kamerleden gretig putten uit de EU-wetenschapstoets. De minister is gevraagd op alle aanbevelingen uit de toets te reageren en een op de toets gebaseerde motie van VVD-Kamerlid Müller is aangenomen.
De EU-wetenschapstoets vindt u hier. De technische briefing kunt u hier terugkijken
