Ga naar de inhoud

De planmatige aanpak van huisvesting voor het funderend onderwijs: wetenschapstoets

Onlangs behandelde de Tweede Kamer het wetsvoorstel Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting. Doel van het wetsvoorstel is “het stelsel van onderwijshuisvesting te verbeteren zodat gemeenten en schoolbesturen tot een planmatiger en doelmatiger aanpak van bouw, beheer en onderhoud van schoolgebouwen in het funderend onderwijs komen.”

In 2025 is het wetsvoorstel op verzoek van de vaste Tweede Kamercommissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap langs de wetenschappelijke meetlat gelegd. De auteurs van deze ‘wetenschapstoets Parlement & Wetenschap’ waren Renée van Schoonhoven, hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Tom Berkhout, hoogleraar vastgoed aan Nyenrode Business Universiteit.

In hun wetenschapstoets concludeerden de auteurs dat de voorgestelde wet de belangrijkste  knelpunten niet zal oplossen en dat de gekozen beleidsinstrumenten het gestelde doel niet op effectieve en efficiënte wijze binnen bereik zullen brengen. De kwaliteit van onderwijshuisvesting is met deze wet in ieder geval niet gediend. Wat wél een effect zal zijn van  de wet in zijn huidige vorm: meer bureaucratie, in de vorm van meer papierwerk en meer overlegvergaderingen. Een citaat:

“Het voorstel zal een aanzet geven tot een ongebreidelde toename van allerlei plandocumenten, rijp en groen; appels en peren. Gelet op het vereiste overleg tussen partijen zal het ook leiden tot een toename van bestuurlijke drukte op lokaal en regionaal niveau. De bijdrage daarvan aan het gestelde doel is ongewis. Het wetsvoorstel zal daardoor ondoelmatig zijn.”

Gebruikelijk is dat de auteurs hun bevindingen in een technische briefing aan de Kamercommissie presenteren. Deze briefing stond op de rol voor 4 maart, maar kon geen doorgang vinden omdat zich te weinig Kamerleden hadden aangemeld. Hier wreekt zich het feit dat tussen afronding van de wetenschapstoets en de presentatie ervan Tweede Kamerverkiezingen plaatsvonden. Extra jammer in dit geval, omdat de wetenschapstoets moeilijk anders te interpreteren is dan dat de staatssecretaris terug moet naar de tekentafel. Natuurlijk kunnen en zullen de onderwijswoordvoerders volgende week goed gebruik maken van de observaties en aanbevelingen van de wetenschappers. Maar of partijen bereid zijn door te bijten is zeer de vraag – ook al omdat het wetsvoorstel een lange aanloop had, waarin belangenbehartigers (VNG, besturenorganisaties) tot dit waterige compromis zijn gekomen.

Inmiddels is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer aangenomen. Hoewel de Eerste Kamer nu aan zet is (en voornemens dit wetsvoorstel én de wetenschapstoets goed te bekijken),  moeten we dan ook concluderen dat de wetenschapstoets weliswaar een krachtig instrument is – dat door de Tweede Kamer zeer wordt gewaardeerd – maar dat het toch nog aanzienlijk beter zou zijn als ministeries hun oor tijdig bij de wetenschap te luisteren zouden leggen.

De wetenschapstoets vindt u hier.

(verschenen in de maarteditie van Headlines, de nieuwsbrief van Universiteiten van Nederland)